The New Tommy Times

Interview met Bram De Winne

7 September 2025

News Image

Meneer Company ging in gesprek met Bram De Winne, schepen van lokale economie te Wetteren, de gemeente waar ook Mr Company gevestigd is. Naast lokale economie staat De Winne binnen het Wetters bestuur tevens in voor financiën, ruimtelijke planning,  kernversterkend beleid en patrimonium. Hij is ook voorzitter van het autonome gemeentebedrijf dat instaat voor de lokale sport- en cultuurinfrastructuur.

In dit gesprek leggen we graag de focus op lokale ondernemers, hun relatie met het gemeentebestuur en hoe communicatie en planning bijdragen tot het succes van de middenstand.

Hoe belangrijk vond je een duidelijke structuur en planning in de samenwerking tussen de gemeente en lokale ondernemers?

Voor een goede communicatie zijn planning en structuur sowieso essentieel. Hoewel men vaak spreekt over dé ondernemer, valt het ons op dat dé ondernemer niet bestaat. Als ik dit toespits op Wetteren dan onderscheiden we de handelaars in het centrum en zij die buiten het centrum gevestigd zijn. Daarnaast heeft Wetteren ook verschillende KMO’s die niet meteen bezig  zijn met gemeentelijk beleid, tenzij het mobiliteit en vergunningen betreft. Tenslotte zijn er ook de nichehandelaars; in Wetteren betreft dit dan land- en voornamelijk tuinbouw. Die verschillen moet je meenemen in je communicatie en dat is niet altijd even evident.

Ik geloof dat we daarin als gemeentebestuur wel enorm gegroeid zijn en dat we communicatie gestructureerd aanpakken: wie moeten we bereiken en hoe dan we dat? Een voorbeeld hiervan zijn wegenwerken: bij recente werken hebben we eerst bepaald welke ondernemers hier impact van zouden ondervinden. Dan informeren we eerst in groep en gaan daarna 1-op-1 gesprekken aan. Zo proberen we bijvoorbeeld een oplossing te vinden voor leveringen die handelaars op bepaalde dagen tijdens de werken verwachten. Om een vlotte communicatie te kunnen garanderen zijn structuur en planning dus inderdaad heel belangrijk.

We blijven wel worstelen met de vraag: hoe bereiken we de handelaars het beste? Dat is in alle overheidscommunicatie een pijnpunt. Wanneer handelaars bij ons komen aankloppen is het vaak al ‘te laat’, en dan merk je frustratie om iets wat niet loopt. Officiële 1-op-1 bezoeken zijn er mijns inziens te weinig. Dat gebeurt wel, maar dan eerder bij feestelijke gelegenheden zoals de opening van een nieuwe zaak.  Binnen een lokaal bestuur kan je wel makkelijker de vinger aan de pols houden door je te laten zien en veel in contact te komen met de handelaars en – in dit geval – de Wetteraars. Dat is volgens mij ook zeker niet alleen de taak van de schepen; ook de leden van de administratie kunnen hierin veel betekenen. Zo kunnen we samen inspelen op wat leeft onder de Wetterse handelaar en zijn klanten. Wanneer we bijvoorbeeld drie keer dezelfde verzuchting horen, weten we dat we iets moeten ondernemen.

De gemeente maakt er ook een punt van om zijn ondernemers op geregelde tijdstippen samen te brengen. Kan je dit even toelichten?

Enerzijds is er de structurele participatie. Denk dan aan de adviesraden voor lokale economie. Persoonlijk geloof ik hier iets minder in. Bij dergelijke adviesraden zie je steeds dezelfde mensen die het engagement opnemen, dat is op zich positief, maar het risico is dat het samenkomen  verglijdt in klaagbarak zonder constructief meedenken. Ik geloof eerder in co-creatie. Zo richtten we de  VZW Verenigde Handelaars Wetteren op. Het zit de ondernemers in het bloed om initiatief te nemen en zaken te realiseren. Dat is ook de insteek van de VZW: samen met het gemeentebestuur ondernemen, nadenken en samen realiseren.

Anderzijds hebben we ook initiatieven zoals het ondernemersontbijt en ondernemersevent. Het doel is hierbij om in een ontspannen sfeer ondernemers samen te brengen:  ondernemers leren elkaar kennen en kunnen netwerken. De gemeente wil dit faciliteren en hier ook mee stappen in zetten. Bovendien is het dan altijd fijn om te zien welke diversiteit aan ondernemers Wetteren kent.

Je woont al heel lang in Wetteren. Heb je een idee hoe dit 50 à 100 jaar geleden verliep?

De maatschappij was toen anders. Alles was heel zuilgeorganiseerd. Het vroegere unizo organiseerde binnen hun cocon, voor hún leden, allerlei zaken. De rol van de overheid was toen beduidend minder. Er waren ook veel meer handelaars, dat hield in dat er op straatniveau of per dekenij ook veel meer initiatieven waren. Dat zijn zaken die verdwijnen of verdwenen zijn. We merken wel dat bepaalde generaties nog steeds gericht zijn op dat verleden en de organisatiestructuur en de manier van samenwerken daarop projecteren, terwijl we naar de toekomst moeten kijken. Dat is trouwens ook een sterkte van Wetteren; we hebben veel troeven: het handelsapparaat in het centrum, grote bedrijventerreinen en veel ondernemers tout court. Vergeet in die context ook niet de “onzichtbare” ondernemers, zoals boekhouders bij wie dit niet meteen te zien is aan de gevel. Er is dus een goede voedingsbodem in Wetteren.  Het doel is om die nu meer omploegen en te bemesten.

Hoe ziet de ondernemerstoekomst voor Wetteren eruit? Waar gaan we naartoe?

Momenteel zitten we in de fase van de opmaak van bestuursakkoord. Ik ben heel tevreden dat het luik ‘Ondernemen in Wetteren’ een apart en volwaardig hoofdstuk wordt. De grote betrachting daarin zal zijn om de troeven van onze gemeente, van ons grondgebied ten volle te benutten.

Zo denk ik in de eerste plaats aan ons handelsapparaat. Dat is er in Wetteren. Hoewel dit soms wordt tegengesproken, hebben wij in vergelijking met andere gemeentes veel te bieden. De uitdaging en taak van de gemeente ligt erin om het publiek gebied, de straten en pleinen, aangenaam te maken en proper te onderhouden. Het moet aangenaam zijn om in centrum Wetteren te wandelen, te zijn. Op die manier kunnen we handelaars aantrekken om zich te vestigen in centrum Wetteren.

Een tweede potentieel schuilt in onze ligging. Die benutten we nog niet ten volle. We moeten kleinere startups en innovatieve bedrijfjes aantrekken om hun kantoren hier te vestigen. Grote steden zijn quasi volgebouwd, maar wij hebben de ruimte. Ik denk daarbij aan de stationsbuurt, deze biedt opportuniteiten op lange termijn. Ook de leegstaande panden in de winkelstraten bieden hiertoe kansen. Dit zijn privépanden en we willen met die eigenaars aan slag met het ‘stok en wortel-principe’. De stok zal zijn dat leegstand zwaarder beboet zal worden, maar anderzijds willen we die mensen vooral ook ondersteunen, vaak weten zij niet hoe ze het moeten aanpakken. Wij willen daarin begeleiden en helpen. Dat is dan de wortel.

De grootste opportuniteit schuilt volgens mij in de nieuwe brug. De nieuwe brug wordt verder van het centrum gebouwd, waardoor de oude brug plaats maakt voor een nieuw gebied dat we kunnen vorm geven en creëren. Ik denk daarbij aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen waarin verschillende functies met elkaar verweven worden. Hoe fijn moet het zijn om te werken en wonen aan het water? Dergelijke ontwikkelingen zorgen voor een nieuwe, positieve dynamiek en dat heeft Wetteren nodig. Als gemeente hebben wij geen financiële draagkracht om dit te dragen – dat is ook onze taak niet – maar we  moeten het wel mogelijk maken. Zowel politiek als ambtelijk is het dan ook belangrijk om met een open blik, gericht op netwerken en met een open mindset te communiceren met ondernemers en mensen die initiatief willen nemen. Samen projecten bekijken en onderzoeken en ze niet meteen afkeuren. We moeten openstaan voor alle ondernemende geesten die iets van of in  Wetteren willen maken.

Belangrijk in die context is dat we steeds op lange termijn strategisch en gestructureerd aan de slag gaan. Een goed voorbeeld daarvan is het verhaal van de nieuwe brug.  Voor dit project spreken we van een periode van 15 jaar. Dat lijkt lang, maar binnen die periode is het onze verantwoordelijkheid dat aan alle randvoorwaarden voldaan wordt, dat er een draagvlak gecreëerd én gegarandeerd wordt. Dat is vooral zo op ambtelijk vlak: je moet je personeel op lange termijn koesteren en borgen.  Anderzijds is het ook belangrijk om binnen het politiek veld eensgezindheid en draagkracht op lange termijn te bewerkstelligen.

Heb je een voorbeeld van hoe een goed gestructureerde aanpak een positieve impact heeft gehad op de lokale middenstand?

Ja, hoewel het soms moeilijk is om exact te weten hoe bepaalde zaken in het verleden aangepakt werden. We moeten erkennen dat Wetteren een aantal grote en geslaagde projecten kent. Zo is er De Warande: dat is een heel mooi gebied dat soms te weinig erkenning krijgt. Er ligt voor De Warande bovendien een  nieuw toekomstplan op tafel dat verder bouwt op het vorige project. Dat vind ik plezant: sites en omstandigheden evolueren en het is fijn om daarop verder te bouwen.

Eerlijk gezegd zijn er ook sites die projectmatig niet goed zijn aangepakt en daardoor slabakken. Ik denk daarbij aan site Cordonnier. Daar ontbrak het aan een duidelijke uitgesproken visie en projectplanning. Daardoor lijkt het project nu nog steeds niet volledig afgerond en is het in totaliteit noch mossel noch vis. Begrijp me niet verkeerd, de academie draait goed, maar de site errond had meer potentieel. Grote projecten vertrekken steeds vanuit een masterplan. Dat wordt in de gemeenteraad goedgekeurd, maar daarna is een goed uitgewerkte, gefaseerde projectplanning essentieel. In dat proces is het belangrijk om de verschillende fases van dat masterplan op de juiste momenten opnieuw te valideren. Ik heb het gevoel dat dit bij site Cordonnier niet of minder gebeurd is en er teveel ad hoc beslissingen genomen zijn waardoor men de visie uit het oog verloren is. Dat is iets wat wel vaker voorkomt in de politiek. Het masterplan is goedgekeurd en daarna is er geen communicatie meer uit schrik voor tegenkanting of negatieve invloed van de oppositie. Nochtans werken die verschillende validatiemomenten net versterkend voor het project. Ik denk dat daarin zeker groeikansen liggen. Opnieuw, communicatie is essentieel.

 

Politiek werkt sowieso traag. Ik denk dat dit voorkomt uit de bezorgdheid om nog meer vertraging te genereren. Het vraagt veel opvolging en veel openheid. Een concreet voorbeeld: het binnenzwembad van De Warande is verouderd. De gemeente kan die renovatie financieel niet dragen, daarom besloten we  in zee gaan met externen. Hiertoe is er een bepaalde juridische methodiek, een gesloten kader om dit te realiseren. Dat kader laat mij toe om alles te initiëren buiten de raad van bestuur om, maar ik heb de keuze gemaakt om bij elke stap de raad van bestuur te betrekken. We hebben niet telkens validatie gevraagd, dat is ook niet nodig; maar op deze manier was men steeds op de hoogte en betrokken bij het verhaal. Er konden vragen gesteld worden, bezorgdheden geuit worden… Zeker bij een site zoals De Warande, die voor veel inwoners een emotionele waarde heeft, was dit heel belangrijk. Ik ben ervan overtuigd dat door dit traject te volgen de uitkomst en het resultaat veel verrassender en gewaagder zal zijn dan wanneer we niet gekozen hadden om in te zetten op open communicatie en betrokkenheid. Het klopt dat het proces langer duurt, maar de fundering is beter.

Binnen de politiek maakt het spel tussen meerderheid en oppositie die open communicatie soms moeilijk. Daarom doen we het volgens mij ook te weinig. Misschien is dit in een bedrijfscontext ook zo. Beslissingen vanuit het management moeten soms kunnen, maar in veel zaken is het beter om de werknemer mee te nemen in het proces. Op die manier kan men de  eindconclusie beter kaderen. De beginfase duurt dan inderdaad langer, maar de fase van weerstand verkleint aanzienlijk. Daar staan we niet altijd bij stil.

Het vraagt wel moed. Dat is ook het verschil tussen een ondernemer en een politicus. Een ondernemer heeft geen einddatum, maar een politicus wel. Ik heb zes jaar om zaken te realiseren. Dat lijkt lang, maar dat is het niet. Had ik bijvoorbeeld geen voorbereidend traject voor het binnenzwembad gelopen, dan zou het nog acht jaar duren vooraleer het nieuwe binnenzwembad er was. Je wil als politicus ook de vruchten plukken van je beslissingen. Misschien daarom dat sommige politici de weg van de minste weerstand kiezen en minder inzetten op communicatie.

Je hebt een mandaat van zes jaar achter de rug en neemt nu opnieuw een mandaat van zes jaar op als schepen van lokale economie? Op welke realisatie ben je het meest trots op en waar kijk je naar uit?

Binnen mijn functie als schepen financiën ben ik erin geslaagd het financieel-economisch bewustzijn te vergroten binnen het bestuur. De energiecrisis droeg daaraan bij: we waren verplicht om te bezuinigen. Ik heb er op ingezet om nog meer bewustzijn te creëren: we werken met overheidsmiddelen die niet eindig zijn. Als we op onze eigen portemonnee de knip leggen, moeten we dat ook met de overheidsmiddelen doen. We kunnen niet alles opnemen en moeten keuzes maken. Er liggen hierin zeker nog groeikansen, het meerjarenplan zal zich daar nog beter op toespitsen.

Een tweede realisatie waar ik best trots op ben is dat ik erin geslaagd ben dat de lokale handelaars met een meer positieve kijk vanuit het ondernemen naar het lokaal bestuur kijken. Daar draait het voor mij om: jullie zijn mijn ‘klanten’: ik kan niet iedereen altijd zijn zin geven, maar er is een vernieuwde mindset: de gemeente is steeds bereikbaar, ze menen het goed met ons en in positieve dialoog kunnen we samen naar oplossingen zoeken. Ik denk dat ik dit op korte tijd heb kunnen keren.

Wat de toekomst betreft kijk ik uit naar de groeikansen van Wetteren. In ons akkoord wordt het ‘Wetteren 2040’ genoemd. Ik fixeer me niet op de nieuwe brug,  maar zie ze wel als de grote katalysator voor de toekomst van Wetteren. Het kan de start zijn van een gemeente die zich ontwikkelt en meer mogelijkheden biedt. Het is een kans die we nu moeten grijpen, waar we nu moeten aan werken om Wetteren groot te maken. Ik hoop dat men in 2050 zal terugkijken en kan zien hoe onze gemeente zich ontwikkeld heeft en gegroeid is sinds nu.  Dat zie ik echt als een kans die ik nu niet voorbij wil laten gaan.

Tekst – Tommy Bruynen
Foto – Dorien Van der Eecken