Sommige huizen staan er.
Andere huizen blijven spreken.
Toen we Villa Hollando-Belge voor het eerst binnenstapten, voelde het alsof dit huis niet gemaakt was om gesloten te blijven.
Het vroeg om leven.
Om gesprekken.
Om ontmoeting.
Niet toevallig misschien, want dit burgerhuis uit 1905 werd gebouwd in opdracht van Pierre Maes, eigenaar van de Compagnie Hollando-Belge. Ontworpen door architect Geo Henderick groeide het uit tot een uitzonderlijk voorbeeld van Belgische art nouveau. Vandaag is het beschermd erfgoed.
Maar wat ons misschien nog het meest raakte, was niet alleen de architectuur.
Het was de bedoeling achter zulke huizen.
Huizen die gebouwd werden om mensen te ontvangen.
Om samen te komen.
Om te spreken.
Om schoonheid, cultuur en leven een plaats te geven.
En misschien proberen we net dát opnieuw binnen te brengen.
Vandaag wonen Ellen en Tommy hier samen met hun dochters Renée en Pauline.
We wonen hier niet alleen.
We werken hier ook.
We creëren hier.
We ontvangen hier mensen.
Niet constant. Niet groots.
Maar bewust.
Vanuit Mr Company draait dat rond ondernemerschap, gesprekken, opleidingen, reflectie en het bouwen aan bedrijven en levens met meer richting en structuur.
Vanuit Mdm Company brengt Ellen haar wereld binnen: gezond leven, verbinding, rust, evenwicht en bewust omgaan met energie, voeding en leven.
Twee verschillende energieën.
Maar net daardoor klopt het.
Tijdens Borrelen met Madam & Meneer gaat het huis af en toe open voor een beperkt publiek.
Geen klassiek event.
Geen oppervlakkige networking.
Wel echte gesprekken.
Verhalen die blijven hangen.
Mensen die elkaar ontmoeten in een omgeving die vertraagt.
Zoals vroeger in de salons, waar niet alles draaide om snelheid of efficiëntie, maar om aanwezigheid.
Ook kunst leeft mee in huis.
Niet als decoratie, maar als deel van de sfeer.
Van kleurrijk en expressief tot rauw en eigenzinnig — met werken van onder andere Herman Brood, Bortusk Leer en andere gevestigde of opkomende kunstenaars.
Sommige werken blijven jarenlang.
Andere vinden onverwacht een nieuwe plek.
Niet vanuit verkoop alleen, maar vanuit connectie met de mensen die hier binnenkomen.
Wat we misschien het mooist vinden aan dit huis, is dat het tegelijk beweging én rust toelaat.
Dat mensen hier kunnen samenkomen, vieren, luisteren, leren of herdenken…
maar dat het ook gewoon een thuis blijft.
Een plek waar geleefd wordt.
Misschien is dat uiteindelijk wat we hier proberen te bewaren:
dat een huis meer kan zijn dan een gebouw.
Een plek waar mensen opnieuw even vertragen.
Waar gesprekken terug gewicht krijgen.
Waar ondernemerschap, gezondheid, kunst en leven elkaar mogen raken.
Zoals huizen vroeger misschien altijd bedoeld waren.
Wie zich verder wil verdiepen in de geschiedenis en architectuur van Villa Hollando-Belge kan terecht op de officiële erfgoedfiche van Villa Hollando-Belge.
Sommige momenten in het huis blijven klein.
Andere delen we bewust.
Via onze socials ontdek je:
Volg ons via Instagram van Borrelen met Madam & Meneer
of ontdek meer via Mr Company en Mdm Company.
Tijdens een live opname van Borrelen met Madam & Meneer ging ik in gesprek met Joris Cnockaert over ondernemerschap, banken, digitalisering en de toekomst van geld.
Maar ergens tussen de lijnen ging het eigenlijk over iets veel fundamentelers.
Niet over interesten.
Niet over beleggingen.
Niet over financiële producten.
Maar over zuurstof.
“Geld is de zuurstof van ondernemingen.”
Dat vond ik misschien wel de belangrijkste zin van de avond.
Want geld is uiteindelijk zelden het echte doel van een ondernemer. Toch niet van ondernemers die op lange termijn willen bouwen. Maar zonder geld valt alles vroeg of laat stil. Geen investeringen. Geen groei. Geen buffer. Geen rust.
En misschien wringt het net daar vandaag bij veel ondernemers.
We leven in een tijd waarin omzet vaak belangrijker lijkt dan winst. Waar zichtbaarheid soms belangrijker wordt dan stabiliteit. Waar groei sneller gevierd wordt dan draagkracht. En waar “druk bezig zijn” bijna een statussymbool geworden is.
Terwijl veel ondernemers eigenlijk niet dromen van méér druk.
Maar van:
Dat voel je ook in hoe Joris naar ondernemerschap kijkt. Niet als een statuut, maar als een attitude. Volgens hem herken je ondernemers aan hun reflex om verantwoordelijkheid te nemen, vooruit te denken en oplossingen te zoeken wanneer situaties moeilijk worden.
“Een ondernemer is altijd proactief.”
Dat gaat veel verder dan zelfstandige zijn.
Je ziet ondernemerschap:
En net daarom raakt geld ondernemers vaak dieper dan ze zelf beseffen.
Want financiële onrust wordt bijna altijd mentale onrust.
Ik zie veel ondernemers die hard werken. Soms extreem hard zelfs. Maar die tegelijk:
En dan ontstaat er iets gevaarlijks.
De onderneming begint energie te vragen in plaats van energie te geven.
Beslissingen worden reactief.
Nieuwe klanten worden noodzaak.
Facturen brengen stress.
Rust verdwijnt.
Dat heeft zelden alleen met geld te maken. Het heeft bijna altijd met helderheid te maken.
Wat ik sterk vond in het gesprek met Joris, was zijn nadruk op voorbereiding. Hij vertelde hoe ondernemers soms naar een bank stappen zonder degelijk onderbouwd dossier, zonder realistisch zicht op terugbetalingscapaciteit of zonder hun verhaal echt scherp te hebben voorbereid.
“Laat je challengen.”
Dat vond ik een interessante uitspraak.
Want veel ondernemers proberen alles alleen op te lossen. Terwijl sterke ondernemers net mensen rondom zich verzamelen die durven:
Niet om kleiner te maken.
Maar om scherper te worden.
Dat zie je trouwens ook op directieniveau. Joris vertelde hoe beslissingen binnen de bank voortdurend gechallenged worden door andere directieleden en collega’s. Niet vanuit wantrouwen, maar net omdat de impact van beslissingen groot is.
Ik denk dat veel KMO’s daar nog kunnen groeien.
Want ondernemers dragen vaak te veel alleen:
Maar een onderneming wordt gevaarlijk wanneer alles afhankelijk blijft van één persoon.
Daarom geloof ik ook dat winst geen vies woord is.
Integendeel.
Winst betekent:
Een bedrijf zonder marge lijkt aan de buitenkant soms succesvol, maar voelt vanbinnen vaak loodzwaar.
Daar mogen we eerlijker over worden.
Tijdens het gesprek ging het ook uitgebreid over digitalisering en de snelheid waarmee geld vandaag beweegt. AI-systemen die binnen enkele minuten een volledig profiel opbouwen. Leningen die quasi automatisch worden goedgekeurd. Instant payments. Volledig digitale screening.
Fenomenaal interessant.
Maar tegelijk ook confronterend.
Want snelheid creëert een nieuw risico:
mensen nemen sneller beslissingen dan ze emotioneel kunnen dragen.
“Als die lening afgesloten is, moet je ze ook terugbetalen.”
Die zin bleef hangen.
Want vandaag gaat alles sneller:
Maar ondernemen blijft in essentie traag werk.
Een stevig bedrijf bouw je niet op dopamine.
Je bouwt het op ritme.
En misschien begint dat ritme al veel vroeger dan ondernemerschap zelf.
Een van de meest waardevolle stukken van de avond ging voor mij over financiële basiskennis. Hoe absurd het eigenlijk is dat jongeren nauwelijks leren omgaan met geld, terwijl geld later bijna elk aspect van hun leven beïnvloedt.
“Er is een absoluut tekort aan basiskennis.”
We leren jongeren:
Maar veel minder:
En misschien is dat exact waarom zoveel volwassenen vandaag zoekende zijn.
Want geld is uiteindelijk nooit alleen financieel.
Het gaat over:
Veel ondernemers dromen daarom volgens mij niet van rijkdom.
Maar van een leven dat klopt.
Een bedrijf dat hen niet opslorpt.
Een onderneming die vrijheid geeft in plaats van voortdurende druk.
Een bedrijf dat kan groeien zonder dat de ondernemer zichzelf onderweg verliest.
En daarvoor heb je geen perfect bedrijf nodig.
Maar wel:
Misschien is dat uiteindelijk de essentie van geld in een bedrijf.
Niet rijker worden.
Maar steviger kunnen leven.
Gebaseerd op de live opname van Borrelen met Madam & Meneer met Joris Cnockaert.
5e en 6e jaar, richtingen bedrijfswetenschappen en bedrijfsorganisatie.
Boekhouden, economie, HR… alles zit erin. Alles klopt. Op papier toch.
Maar wat mij vooral opviel, stond nergens in hun leerplan.
Creativiteit.
Ideeën.
Goesting.
Alleen… het zit vaak nog vast.
Ik begon zoals ik meestal begin: met vragen.
Niet meteen zenden, maar eerst iets in gang trekken.
En ja, dat was werken.
De eerste antwoorden kwamen traag. Blikken naar beneden. Stilte.
Je voelt dat ze zoeken, maar nog niet durven.
Toch blijf ik daar even in hangen.
Want als je daar te snel over gaat, gebeurt er niets.
Daarna stelde ik mezelf voor.
Niet alleen wat goed loopt of waar ik fier op ben, maar ook wat misliep.
De momenten die mijn kijk op ondernemen en op het leven veranderd hebben.
Geen verhaal om indruk te maken.
Gewoon eerlijk. Zoals het is.
En van daaruit gingen we aan de slag.
Ik gaf hen een oefening.
Vrij denken. Geen juist of fout.
Gewoon: kijken naar wat ze zien.
Tijdens hun stage. In hun vrije tijd. In hun omgeving.
Wat kan beter?
Wat stoort je?
Wat zou jij anders doen als jij het mocht kiezen?
Ik liet hen daar bewust tijd voor nemen.
Want in die stilte gebeurt het.
Maar voor sommigen was dat lastig. Dat zag je meteen.
Dus ging ik erbij zitten. Stelde vragen. Duwde zacht in de juiste richting.
En dan zie je het kantelen.
Eerst aarzelend.
Dan iets zekerder.
En plots beginnen ideeën te komen.
Ze werkten in kleine groepjes.
Twee, drie samen.
En in elk groepje zat wel iets.
Een idee. Een richting. Iets dat leefde.
Er zat zelfs eentje tussen die er meteen door zat.
Zo’n kop die snel schakelt. Dat helpt. Dat trekt anderen mee.
En dan kwam het moment waar bijna iedereen tegenop kijkt.
De pitch.
Rechtstaan.
Spreken.
Je idee delen met de klas.
Niet evident. Ook niet voor hen.
Je zag de twijfel. Het ongemak.
Maar ze deden het wel.
Eén voor één.
En na elke pitch volgde applaus.
Geen verplicht klapje, maar echte waardering.
En dat voel je. Dat maakt iets los.
Wat daarna gebeurde, was voor mij het belangrijkste.
Ze begonnen vragen te stellen. Aan elkaar.
Niet omdat het moest, maar omdat ze wilden begrijpen.
De energie in de klas was volledig anders dan bij de start.
Meer scherpte. Meer betrokkenheid.
En ideeën? Die bleven komen.
Dat is waar dit over gaat.
Niet nog een les.
Niet nog wat extra theorie.
Maar even ruimte maken.
Zodat ze terug bij zichzelf komen.
Eerst luisteren naar zichzelf.
En dan pas naar de rest.
In twee lesuren, 100 minuten (inclusief een korte pauze),
zag ik iets verschuiven.
En dat blijft hangen.
We sloten af met applaus.
Zo’n moment dat binnenkomt.
En met één duidelijke gedachte:
hier moet meer van komen.
Ondernemend Leven
Leven met ruggengraat
Mr Company
Wil je dit ook in jouw school of organisatie?
Er zit een duidelijke lijn in alles wat ik gedaan heb.
Alleen zagen anderen het vaak als losse stukken.
Voor mij was het altijd helder.
Ik wil impact maken.
En ik heb geleerd dat echte impact niet zit in alles zelf doen —
maar in dingen zo bouwen dat ze blijven draaien zonder jou.
Bedrijven opzetten.
Bedrijven verkopen.
Structuren bouwen.
Teams laten functioneren.
Zelfs over de grens.
Niet om groter te lijken.
Maar om te begrijpen wat nodig is om iets te laten werken zonder afhankelijkheid.
Daar zit voor mij de essentie.
En ergens onderweg werd dat nog scherper.
Niet meer: “Hoe bouw ik iets succesvol?”
Maar: “Hoe zorg ik dat iets blijft werken – ook zonder mij?”
Dat is waar impact zit.
Wanneer ik werk met ondernemers via Mr Company,
wanneer ik bouw aan trajecten zoals Start to Business,
of wanneer ik voor een groep sta…
…dan doe ik in essentie nog altijd hetzelfde.
Alleen is de focus verschoven.
Niet meer bouwen voor
maar bouwen in mensen en bedrijven.
Met Start to Business begeleid ik vakmensen
die voelen dat er meer in zit.
Mensen met kunde. Met goesting.
Maar zonder structuur om hun droom echt te dragen.
Wat ik daar breng, is geen traject vol theorie.
Het is:
Niet afhankelijk van toevallige energie,
maar gedragen door helderheid en ritme.
Wanneer ik voor jongeren sta, gebeurt exact hetzelfde.
Geen klassieke les.
Geen opgelegd pad.
Maar hen leren:
Zodat ze voelen dat ze zélf iets kunnen bouwen.
Want er zit zoveel talent in onze streken.
Alleen wordt het te weinig geactiveerd.
Als ik voor een groep sta,
dan is dat geen optreden.
Dat is een moment waarop ik:
Een goede sessie stopt niet wanneer ik wegga.
Ze blijft bewegen.
Ik bouw geen bedrijven meer om ze zelf te dragen.
Ik bouw systemen, mensen en structuren
die zélf kunnen dragen.
Dat is voor mij echte impact.
Niet: “Wat ga ik nog doen?”
Maar: “Hoe maak ik iets dat blijft – ook zonder mij?”
Er is altijd iets groter.
En als je goed kijkt, zie je het overal:
Potentieel.
Talent.
Mensen die veel meer kunnen dan ze vandaag tonen.
Mijn werk is niet om hen te duwen.
Mijn werk is om dat zichtbaar te maken
en er structuur rond te bouwen
zodat het kan groeien.
Ondernemend leven.
Leven met impact.
Boosheid is geen probleem. Wegduwen wel.
Ik las dit weekend een sterk essay in De Morgen over boosheid.
Niet over roepen.
Niet over kapot maken.
Maar over durven zeggen: hier klopt iets niet.
Boosheid als signaal.
Als grens.
Als bewijs dat het anders kan — en misschien wel móét.
In ondernemerschap zie ik hetzelfde patroon terugkomen.
Te lang inslikken.
Te lang “pragmatisch blijven”.
Te lang aanpassen tot niemand nog precies weet waarvoor je eigenlijk onderneemt.
Dan is boosheid geen zwakte.
Dan is het brandstof.
Niet om te vechten.
Wel om obstakels weg te ruimen die je al jaren laat liggen.
Structuren die niet meer dienen.
Afspraken die leeggelopen zijn.
Rollen die je bent blijven spelen uit gewoonte of schuldgevoel.
Wat mij bijbleef uit het essay:
boosheid zegt eigenlijk “ik geef hierom”.
En dat is allesbehalve destructief.
Maar — en dit is cruciaal — boosheid op zich verandert niets.
Wie boos is, maar niets verandert, betaalt dubbel.
Eerst met energie.
Daarna met tijd.
Boosheid die je niet vertaalt naar actie, blijft terugkomen.
Ze blijft aandringen, knagen, schuren.
Tot je haar ernstig neemt en zegt: dit stopt hier — of — dit moet anders.
Niet om te vechten.
Wel om opnieuw juist te kiezen.
Pas dan krijgt boosheid effect.
Niet als uitlaatklep, maar als correctie.
Als een vorm van zorg — voor jezelf, voor je werk, voor wat je aan het bouwen bent.
Misschien moeten we in 2026 niet rustiger worden.
Maar eerlijker.
En dus: af en toe wat bozer — op de juiste dingen.
👉 Lees het essay hier: [link naar artikel]
(aanrader, ook — of net — als ondernemer)
—
Ondernemen als ambacht. Leven met ruggengraat.
(wat Socrates op sneakers mij écht leerde)
Ooit, intussen al een hele tijd geleden, las ik Socrates op sneakers van Elke Wiss.
Niet omdat ik beter wilde leren praten.
Wel omdat ik voelde dat veel gesprekken nergens écht raakten.
Dat boek kwam binnen.
Niet luid. Niet spectaculair.
Maar blijvend.
Tot op vandaag zit het in hoe ik werk, hoe ik luister, hoe ik vragen stel. En vooral: in hoe ik soms bewust géén antwoord geef.
Laat ons eerlijk zijn.
De meeste gesprekken — zeker in ondernemerschap — zijn geen gesprekken. Het zijn uitwisselingen van standpunten.
We luisteren om te reageren.
We vragen om te sturen.
We willen helpen, oplossen, vooruit.
En net daar loopt het vaak fout.
Wat Socrates op sneakers mij leerde, is dat goede gesprekken niet vertrekken vanuit weten, maar vanuit niet-weten. Vanuit echte nieuwsgierigheid.
Niet gespeeld.
Niet strategisch.
Gewoon: “Ik wil begrijpen wat jij bedoelt.”
Doorvragen klinkt eenvoudig.
Maar wat veel mensen doen, is eigenlijk doorduwen.
Echte vragen vertragen.
Ze blijven hangen bij één woord. Eén zin. Eén idee.
Als iemand zegt:
Dan zit daar bijna altijd iets onder.
En in plaats van daaroverheen te stappen, blijf ik daar net bij stilstaan.
“Wat bedoel je met vast?”
“Wanneer is het voor jou ‘oké’?”
“Wat maakt dat het nu moet veranderen?”
Geen bombardement aan vragen.
Wel precisie.
Een van de sterkste dingen uit het boek vind ik dit:
taal is nooit toevallig.
Woorden als:
Dat zijn alarmsignalen. Geen foutjes.
Wanneer iemand zegt “ik moet dit doen”, dan ga ik niet meteen mee in de oplossing. Dan wil ik eerst weten: van wie moet dat? En wat gebeurt er als je het niet doet?
Dat soort vragen legt denken open.
Zonder te duwen. Zonder oordeel.
Ondernemers zijn doeners.
Ik ook.
Maar doen zonder denken wordt vroeg of laat duur. In energie, in tijd, in goesting.
Wat ik keer op keer zie — en wat Socrates op sneakers perfect beschrijft — is dat echte helderheid zelden ontstaat door advies. Wel door goede vragen.
Wanneer iemand zichzelf hoort denken, gebeurt er iets:
Niet omdat ik het zeg.
Maar omdat zij het zelf uitspreken.
En dat blijft plakken.
Diezelfde manier van praten nemen we mee in Borrelen met Madam & Meneer. Check onze gesprekken op YouTube & Spotify.
Geen opgeblazen succesverhalen.
Geen ingestudeerde antwoorden.
Wel echte gesprekken. Met stiltes. Met twijfel. Met dingen die nog niet af zijn.
En net daardoor komen de strafste inzichten naar boven.
Niet het perfecte verhaal.
Wel het eerlijke.
Misschien is dit wel de kern:
goede vragen zijn een vorm van respect.
Ze zeggen:
In een wereld waar iedereen iets te zeggen heeft, is dat geen kleine keuze.
Doorvragen is geen zachte vaardigheid.
Het is scherp werk.
Het vraagt rust.
Aandacht.
En het lef om even niets op te lossen.
Maar wie het volhoudt, merkt dit:
goede vragen veranderen gesprekken.
En goede gesprekken veranderen beslissingen.
En beslissingen
— die bepalen alles.
Ik heb lang gedacht dat controle gelijkstond aan zekerheid.
Dat als ik alles goed opvolgde, de kans op miserie kleiner werd.
Tot ik merkte dat ik niet meer aan het ondernemen was, maar aan het overleven.
En dat ik er vooral zelf ambetant van werd. Ooit verteld iemand me zelfs; “Vertrouwen is goed. Controle is beter!” en toen wist ik genoeg.
Want eerlijk: micromanagen is vermoeiend.
Voor iedereen.
Je denkt dat je helpt, maar eigenlijk trek je energie weg — bij de ander én bij jezelf.
Je stikt wat je probeert te beschermen.
Energieverlies vermomd als betrokkenheid
Het begint meestal goed bedoeld.
Je wilt dat iets goed gebeurt. Dat het vooruitgaat.
Maar voor je het weet, zit je mails te verbeteren, details te controleren, kleine dingen recht te trekken die eigenlijk geen zier uitmaken.
En ondertussen groeit bij de ander de gedachte: “Hij vertrouwt mij niet.”
En bij jezelf: “Waarom moet ik alles alleen doen?”
Micromanagement is geen vorm van betrokkenheid.
Het is een vorm van angst.
En angst is een slechte bedrijfsleider.
Vertrouwen is niet hetzelfde als loslaten
Sommigen zeggen: “Tommy, jij laat veel los.”
Nee, ik laat niet los.
Ik leg gewoon vast wat vast moet zitten — en dan geef ik ruimte.
Vertrouwen bouw je niet met vage woorden, maar met duidelijke afspraken.
Wie doet wat, waarom, en tegen wanneer.
En dan moet je durven weggaan.
Niet weglopen, maar bewust afstand nemen.
Ruimte laten voor initiatief, fouten en groei.
Want dat is het verschil tussen trekken en leiden:
Een leider duwt niet, hij zet richting.
Ook ondernemers micromanagen zichzelf
Ik zie het vaak bij ondernemers.
Ze hebben geen medewerkers, maar wél honderd dingen die ze tegelijk proberen te dragen.
Ze noemen dat ‘engagement’, maar het is gewoon vermoeidheid met een strik errond.
Ze micromanagen hun bedrijf.
Ze willen vrijheid, maar creëren afhankelijkheid.
Ze willen tijd, maar vullen elke minuut met controle.
Ze willen rust, maar organiseren chaos.
Tot ze beseffen:
Je bedrijf moet draaien omdat het goed ontworpen is, niet omdat jij blijft duwen.
De kunst van loslaten (zonder te laten vallen)
Loslaten is geen ‘laat maar waaien’.
Het is weten dat iets goed vastzit, en het dan vertrouwen.
Structuur maakt vrijheid mogelijk.
Een goeie structuur geeft je hoofd lucht en je mensen ruimte.
En dat voelt als ademen.
Ik heb dat zelf moeten leren.
En ik leer het nog, elke dag.
Want ik blijf een mens met goesting, maar ook met valkuilen.
De neiging om te controleren verdwijnt nooit volledig.
Maar vandaag kies ik vaker voor rust dan voor drukte.
Voor richting in plaats van dwang.
Tijd als graadmeter
Het is simpel: als ik ’s avonds thuiskom met een hoofd vol details, heb ik gemicromanaged.
Als ik thuiskom met ideeën, gesprekken en goesting, dan heb ik geleid.
En dat verschil voel ik tot in mijn botten.
Misschien is dat wel de echte test voor elke ondernemer:
Niet hoeveel controle je hebt,
maar hoeveel vertrouwen je kunt dragen.
Slotgedachte
Wees geen micromanager.
Niet voor je mensen, niet voor je bedrijf, en vooral niet voor jezelf.
Laat je bedrijf draaien op structuur, niet op stress.
Laat je mensen groeien op vertrouwen, niet op controle.
En laat jezelf ademen in het midden van dat alles.
Want ondernemen gaat niet over alles weten.
Het gaat over durven geloven dat het goed komt —
omdat jij het goed georganiseerd hebt.
Weet je dat dit ook geldt voor de opvoeding van je kinderen 😉
Tekst – Tommy Bruynen
Foto – Dorien Van der Eecken
Hoe Kristof Vanderbeken (Immo Zone) groei via overnames laat landen zonder de ziel te verliezen
Immo Zone groeit hard. Niet door te roekeloos te sprinten, maar door te bouwen: stap voor stap, kantoor per kantoor, mens per mens. In dit portret lees je hoe oprichter Kristof Vanderbeken in drie jaar tijd van losse eilanden naar één geheel evolueert — met processen als gids en een team dat vakmanschap ademt.
“Ik betaalde bewust méér voor processen. Structuur ís tijd — en tijd is winst.”
In één oogopslag
Hoe zorg je ervoor dat er voldoende structuur is binnen Immo Zone om snelle groei door overnames in goede banen te leiden?
Zeven overnames in drie jaar tekenen een duidelijke kaart: elk kantoor heeft zijn gewoonten, elk team zijn manier. De eerste deals, zonder personeel, waren eenvoudig; bij overnames mét mensen neem je ook ritmes mee. Harmoniseren wordt dan werk van lange adem. Daarom investeerde Kristof in een operationeel directeur die vandaag één lijn trekt door alle vestigingen. De bewuste keuze voor een overname met sterke draaiboeken en uitgewerkte flows was geen toeval, maar een investering in tijdwinst.
Wat is jouw proactieve aanpak in de vastgoedsector om je voor te bereiden op mogelijke uitdagingen?
De sector beweegt: wetgeving, verwachtingen, fiscaliteit. Immo Zone kiest voor vooruitdenken: correcte informatie, interne opleiding en automatisatie waar menselijk werk ondersteund wordt. Afspraken die automatisch bevestigd worden, reminders die vertrekken, opvolgmails die klaarstaan en een matching die vanzelf loopt — geen rocket science, wel consequent vakwerk. Het ideaalbeeld staat scherp; de integratie vergt discipline en strakke opvolging, ook richting externe leveranciers.
Hoe manage je de integratie van overgenomen bedrijven binnen je bestaande structuur?
Integreren betekent bij Immo Zone niet breken om te breken. Wat goed is, blijft. Wat beter kan, wordt bijgestuurd naar Immo Zone‑maat. Past een pand of asset niet in de langetermijnvisie, dan wordt het eerlijk verkocht en komt er iets dat wél klopt. Intussen werkt een managementteam (COO + commerciële cellen) de lijnen uit, bereidt beslissingen voor en bewaakt implementatie. Zo blijft de koers duidelijk, zonder dat de menselijke maat verloren gaat.
Welke rol speelt je team in het behouden van structuur en welke kwaliteiten zoek je in medewerkers?
De structuur is helder: commerciële verantwoordelijken met daaronder makelaars en bedienden. Verantwoordelijkheid is individueel opvolgbaar. Het verschil wordt gemaakt in vakkennis: materiaalkennis, juridische hygiëne en realistische prijsvorming. Stagiairs en juniors staan met de voeten op de grond. Verkoop is zelden het probleem; inkopen is de kunst — en die kunst vraagt kennis en discipline.
“Verkoop is niet het probleem. Inkopen is de kunst.”
Hoe blijf je je bedrijfsprocessen evalueren om verdere groei te ondersteunen?
Maandelijks bekijkt Immo Zone per commerciële cel wat werkt en wat beter kan; elk kwartaal volgt een overkoepelend overleg. 2025 is het jaar van uniformiteit: dezelfde pakketten, dezelfde software, dezelfde manier van werken, een overzichtelijke website en doorgedreven automatisatie. De horizon ligt vijf jaar verder; vanuit dat perspectief verantwoord je keuzes van vandaag — inclusief het aantrekken van profielen die nu meer kosten, maar morgen snelheid opleveren.
In hoeverre heeft je BNI‑lidmaatschap bijgedragen aan je groei en netwerk?
BNI gaf snelheid en een brede kring: wekelijks updates, korte lijnen. De lat voor aanbevelingen mag hoger; geven vóór krijgen is de enige manier waarop een netwerk echt rendeert. De boodschap is helder: open je netwerk niet alleen voor jezelf, maar voor elkaar.
Wat Immo Zone vandaag typeert
Immo Zone bewijst dat groei geen sprint is, maar ambacht. Rust houden, keuzes maken en de structuur laten werken voor mensen én klanten: dát is de kern. En die kern levert tijd op — de grondstof waar alles mee begint.
Call‑to‑action
Zin in meer gesprekken over ondernemerschap als ambacht? Schrijf je in voor The New Tommy Times en krijg nieuwe gesprekken en reflecties in je mailbox.
Of luister mee naar de Borrelen met Madam en Meneer‑podcast, waar we ondernemers uitnodigen voor openhartige gesprekken over hun weg, hun keuzes en hun visie. Verhalen die inspireren, confronteren en energie geven.
Inschrijven → Meer verhalen → Luister naar de podcast
Tekst – Tommy Bruynen
Foto – Dorien Van der Eecken