1 February 2026
Boosheid is geen probleem. Wegduwen wel.
Ik las dit weekend een sterk essay in De Morgen over boosheid.
Niet over roepen.
Niet over kapot maken.
Maar over durven zeggen: hier klopt iets niet.
Boosheid als signaal.
Als grens.
Als bewijs dat het anders kan — en misschien wel móét.
In ondernemerschap zie ik hetzelfde patroon terugkomen.
Te lang inslikken.
Te lang “pragmatisch blijven”.
Te lang aanpassen tot niemand nog precies weet waarvoor je eigenlijk onderneemt.
Dan is boosheid geen zwakte.
Dan is het brandstof.
Niet om te vechten.
Wel om obstakels weg te ruimen die je al jaren laat liggen.
Structuren die niet meer dienen.
Afspraken die leeggelopen zijn.
Rollen die je bent blijven spelen uit gewoonte of schuldgevoel.
Wat mij bijbleef uit het essay:
boosheid zegt eigenlijk “ik geef hierom”.
En dat is allesbehalve destructief.
Maar — en dit is cruciaal — boosheid op zich verandert niets.
Wie boos is, maar niets verandert, betaalt dubbel.
Eerst met energie.
Daarna met tijd.
Boosheid die je niet vertaalt naar actie, blijft terugkomen.
Ze blijft aandringen, knagen, schuren.
Tot je haar ernstig neemt en zegt: dit stopt hier — of — dit moet anders.
Niet om te vechten.
Wel om opnieuw juist te kiezen.
Pas dan krijgt boosheid effect.
Niet als uitlaatklep, maar als correctie.
Als een vorm van zorg — voor jezelf, voor je werk, voor wat je aan het bouwen bent.
Misschien moeten we in 2026 niet rustiger worden.
Maar eerlijker.
En dus: af en toe wat bozer — op de juiste dingen.
👉 Lees het essay hier: [link naar artikel]
(aanrader, ook — of net — als ondernemer)
—
Ondernemen als ambacht. Leven met ruggengraat.