19 september 2026
Hij is niet het grootste dier.
Niet het snelste.
Niet het sterkste.
Waarschijnlijk ook niet het slimste.
En toch kreeg hij de kroon.
Die gedachte bleef bij mij hangen.
Omdat ze eigenlijk over veel meer gaat dan over een leeuw.
Want ook ik ben nergens de beste in.
Ik ben niet de slimste mens die je zult ontmoeten. Niet de rijkste. Niet de sterkste. Niet de beste ondernemer, spreker, schrijver of strateeg.
En toch ligt mijn lat hoog.
Heel hoog.
Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik hier iets te doen heb.
Dat klinkt misschien groot. Misschien zelfs arrogant. Maar het gevoel zelf is veel ouder dan mijn ondernemerschap, Mr Company of eender welk bedrijf dat ik ooit heb opgericht.
Als klein kind had ik het al.
Ik kon het toen uiteraard niet benoemen zoals vandaag. In mijn kinderlijke fantasie voelde ik me soms zelfs een soort pasgeboren Jezus. Een messias. Alsof er op de een of andere manier iets van mij verwacht werd.
Niet omdat ik dacht dat ik beter was dan andere mensen.
Maar omdat ik voelde: ik ben hier niet zomaar.
Er is iets te doen.
Dat gevoel is nooit helemaal verdwenen.
Misschien verklaart dat voor een stuk waarom ik moeilijk genoegen kan nemen met gewoon wat werken, geld verdienen, op vakantie gaan en uiteindelijk vaststellen dat het leven voorbij is.
Daar is op zich niets mis mee.
Maar voor mij is het niet genoeg.
Ik wil bouwen.
Ik wil creëren.
Ik wil dingen in beweging krijgen.
Ik wil mensen sterker achterlaten dan ik ze gevonden heb.
En ja, ik wil ook succesvol zijn. Heel succesvol zelfs.
Ik schaam me niet voor ambitie.
Ik wil mooie bedrijven bouwen. Geld verdienen. Vrijheid creëren. Spreken voor grote groepen. Ideeën verspreiden. Dingen realiseren waarvan ik vandaag misschien nog niet eens weet hoe ik ze voor elkaar moet krijgen.
Mijn lat ligt soms belachelijk hoog.
En daar bots ik ook op.
Want een hoge lat betekent niet automatisch dat je er iedere dag over springt.
Ik twijfel. Ik stel uit. Ik maak fouten. Ik heb periodes waarin mijn energie veel groter is dan wat ik werkelijk uitgevoerd krijg. Ik heb bedrijven gebouwd, verkocht, fouten gemaakt, opnieuw begonnen en ook moeten loslaten.
Ik ben allesbehalve onoverwinnelijk.
Maar er zit wel iets in mij dat telkens opnieuw zegt: vooruit.
Nog eens.
Beter kijken.
Opnieuw kiezen.
Verder bouwen.
Misschien is dat wilskracht.
Misschien koppigheid.
Misschien gewoon het besef dat onze tijd hier veel te kostbaar is om ze gedachteloos te laten passeren.
Mijn vader werd vijftig.
Mijn moeder zestig.
Ik was 38 toen ik beide ouders verloren had.
Dat doet iets met de manier waarop je naar tijd kijkt.
“Tijd is ons kostbaarste bezit” is voor mij daarom geen mooie quote om op Instagram te zetten.
Ik meen dat.
Letterlijk.
Geld kun je opnieuw verdienen. Een bedrijf kun je opnieuw bouwen. Bezittingen kunnen verdwijnen en terugkomen.
Maar deze zondag krijg ik nooit meer terug.
Dit gesprek niet.
Dit jaar niet.
Dit leven niet.
En dus stel ik mezelf steeds vaker een ongemakkelijke vraag:
Als dit mijn tijd is, wat ga ik er dan mee doen?
Alleen voor mezelf leven?
Of proberen iets te bouwen wat verder reikt?
Wanneer ik naar onze wereld kijk, zie ik ongelooflijke vooruitgang.
Maar ik zie ook iets wat mij stoort.
We hebben meer kennis dan ooit. Meer technologie. Meer productiviteit. Meer mogelijkheden om met elkaar verbonden te zijn.
En tegelijkertijd putten we mensen uit.
We putten grondstoffen uit.
We putten landbouwgrond uit.
We vervuilen water, lucht en bodem.
Mensen vallen uit terwijl bedrijven recordcijfers nastreven. Voedsel wordt weggegooid terwijl anderen honger hebben. We hebben de technologische capaciteit om geweldige dingen te realiseren en gebruiken een deel ervan om mensen nog sneller te laten consumeren.
En ondertussen slagen we er als mensheid nog steeds in oorlog te voeren.
Ik geloof niet dat daarvoor ergens één geheim clubje aan de knoppen zit.
De werkelijkheid is veel complexer.
Maar ik geloof wél dat systemen waarin geld, macht en kortetermijnrendement belangrijker worden dan mensen, gemeenschap en natuur uiteindelijk verkeerde resultaten produceren.
Ook wanneer iedereen binnen dat systeem individueel denkt dat hij gewoon zijn werk doet.
Daar wil ik mij niet bij neerleggen.
Want het hoeft volgens mij niet zo.
Ik ben ondernemer.
En juist daarom geloof ik niet dat ondernemen het probleem hoeft te zijn.
Integendeel.
Ik denk dat ondernemerschap een van de grootste krachten kan zijn om onze wereld beter te maken.
Maar dan moeten we het begrip opnieuw groter maken.
Ondernemen is niet simpelweg een btw-nummer hebben.
Ondernemen betekent voor mij: initiatief nemen.
Zien wat beter kan en er iets aan doen.
Verantwoordelijkheid opnemen voordat iemand je verplicht.
Iets creëren wat daarvoor nog niet bestond.
Waarde maken voor andere mensen.
En dat stopt niet aan de deur van je bedrijf.
Je kunt ondernemend vader zijn.
Ondernemend buur.
Ondernemend burger.
Ondernemend leerkracht.
Ondernemend mens.
Dat is wat ik steeds meer bedoel wanneer ik spreek over ondernemend leven.
Niet wachten tot “ze” het oplossen.
Niet voortdurend wijzen naar de overheid, je werkgever, je partner, je medewerkers, je ouders, je verleden of de maatschappij.
Kijken naar dat kleine stukje wereld waarop jij wél invloed hebt.
En zeggen: hier neem ik verantwoordelijkheid voor.
Stel je eens voor wat er gebeurt wanneer miljoenen mensen zo beginnen leven.
Dan verandert leiderschap fundamenteel.
Ik weet niet hoe onze wereld er over vijftig of honderd jaar uitziet.
Maar ik hoop dat de leiders van morgen niet noodzakelijk degenen zijn met het grootste leger, het meeste geld of de machtigste multinational.
Ik hoop dat het mensen zijn die begrepen hebben dat vooruitgang zonder verantwoordelijkheid uiteindelijk achteruitgang wordt.
Mensen die economische welvaart kunnen combineren met menselijke waardigheid.
Die begrijpen dat natuur geen onuitputtelijke voorraadkast is.
Die bedrijven bouwen die niet alleen waarde uit een samenleving halen, maar er ook waarde aan teruggeven.
Die aan hun kinderen en kleinkinderen denken wanneer ze vandaag beslissingen nemen.
Die sterk genoeg zijn om niet alleen te vragen: “Wat levert mij dit op?”
maar ook: “Wat laat ik achter?”
Dat zijn voor mij de echte leiders.
En misschien worden mensen die ondernemend leren leven ooit inderdaad de belangrijkste leiders van onze samenleving.
Niet omdat ze boven andere mensen staan.
Maar omdat ze bereid zijn méér verantwoordelijkheid te dragen.
Misschien hebben wij de leeuw nooit koning genoemd omdat hij overal de beste in is.
Misschien spreekt hij tot onze verbeelding omdat hij iets anders uitstraalt.
Aanwezigheid.
Rust.
Kracht.
Territorium.
Bescherming.
Hij rent niet achter ieder dier aan.
Hij probeert geen olifant te worden.
Geen cheeta.
Geen gorilla.
Een leeuw speelt het spel van de leeuw.
Dat is misschien een van de belangrijkste lessen die ik zelf nog moet leren.
Ik hoef niet de beste te zijn in alles.
Ik hoef niet iedereen te overtuigen.
Ik hoef niet elk project te doen.
Ik hoef zelfs niet overal zelf achteraan te lopen.
Ik moet steeds beter begrijpen welk spel ik hier te spelen heb.
En ik denk dat ik daar stilaan zicht op krijg.
Mensen helpen scherper kijken.
Mensen verantwoordelijkheid laten opnemen.
Ondernemers helpen sterkere bedrijven te bouwen, zodat hun bedrijf niet hun volledige leven opslokt.
Spreken over tijd.
Over keuzes.
Over ondernemerschap.
Over leven met ruggegraat.
Over het verschil tussen druk bezig zijn en daadwerkelijk iets bouwen.
En uiteindelijk mensen samenbrengen rond het idee dat het anders kan.
Misschien is dat klein.
Misschien wordt het groot.
Dat zal de tijd uitwijzen.
Maar ik wil het tenminste geprobeerd hebben.
Dus ja.
Ik wil veel.
Meer dan comfortabel is.
Mijn ambities zullen sommige mensen overdreven vinden.
Prima.
Ik wil niet aan het einde van mijn leven vaststellen dat ik mijn dromen klein heb gehouden omdat ik bang was dat iemand ze belachelijk zou vinden.
Ik wil bouwen.
Ik wil financiële vrijheid.
Ik wil impact.
Ik wil mensen bereiken.
Ik wil ideeën verspreiden.
Ik wil mijn kinderen iets nalaten dat groter is dan geld.
En ik wil ooit kunnen terugkijken en weten: ik heb mijn tijd gebruikt.
Niet perfect.
Niet zonder fouten.
Niet als de slimste, sterkste of rijkste mens van allemaal.
Maar ik was er.
Ik heb gekeken.
Ik heb gekozen.
Ik heb gebouwd.
Ik heb verantwoordelijkheid genomen.
Misschien is dat uiteindelijk wel wat koningschap werkelijk betekent.
Niet dat iedereen voor jou buigt.
Maar dat jij bereid bent te dragen wat anderen laten liggen.
Ik hoef dus geen koning van de mensheid te worden.
Maar ik wil wel mee bouwen aan een mensheid die opnieuw begrijpt waarvoor ze verantwoordelijk is.
Voor zichzelf.
Voor elkaar.
Voor de natuur.
En voor iedereen die na ons komt.
Dat lijkt me een leven dat groot genoeg is.
Of wa!?